Beste moslims!

 

In een vers zegt Allah:
”O jullie die geloven, keer jullie in oprecht berouw tot Allah, hopelijk zal jullie Heer jullie zonden kwijtschelden, en jullie verwijzen naar tuinen waar rivieren onderdoor stromen.”

 

In een ḥadīth zegt de Boodschapper van Allah: Degene die tawba verricht voor zijn zonde, is alsof hij geen zonde heeft gepleegd.

 

Beste broeders en zusters!

Van de mens wordt altijd verwacht dat hij het goede en het mooie nastreeft, en dat hij zijn leven leidt volgens de bevelen en verboden van Allah. Maar soms wordt de mens, bewust of onbewust, naar zonden gedreven, want hij is geschapen met zowel de neiging tot het goede als de neiging tot het kwade. Het berouw dat de Allerhoogste zijn dienaren schenkt, is echter een genade en een hoop om zich van zonden te bevrijden.

Geachte moslims!

Tawba is dat de dienaar zijn Heer herinnert, zijn zwakte erkent en vergeving en genade vraagt aan Allah. Het is zijn toevlucht nemen tot Allah. Tawba is het reflecteren over onze eigen daden, eerlijk en oprecht spijt hebben van onze zonden. Tawba is niet volharden in fouten en zonden, maar vastbesloten zijn om ze niet meer te begaan. Niet langer slaaf te zijn van onze verlangens en lusten. Tawba is het zuiveren van onze harten die bevlekt zijn met zonden. In dit verband heeft de Profeet gezegd: Spijt hebben van zonden is het opgeven van zonden en er niet naar terugkeren.

 

Gewaardeerde moslims!

Dus laten we, met oprecht berouw, ons hart en onze ziel zuiveren en onze band met Allah versterken. Laten we berouw en vergeving vragen met spijt en tranen, omdat we geen waardige volgelingen zijn van de Boodschapper van Allah. Laten we vergeving vragen omdat we niet in staat zijn geweest het kwaad op aarde te stoppen, noch goedheid te laten zegevieren.

Laten we niet vergeten dat tawba alleen wordt aanvaard als het op de juiste manier wordt uitgevoerd. Volgens deze regel, om tawba aanvaardbaar te maken; moeten we de zonde opgeven, spijt hebben van de begane zonde, vastbesloten zijn om deze niet meer te begaan en als de zonde betrekking heeft op de rechten van andere mensen, moeten we ook proberen deze te herstellen en vergeving vragen aan degenen die we hebben gekwetst. Moge Allah ons berouw aanvaarden.

 

Ik eindig mijn toespraak met de smeekbede van Seyyidü’l İstiğfar die de Profeet ons heeft geleerd: ‘O Allah, mijn Heer, jij bent mijn Heer, er is geen god dan Jij. Jij hebt mij geschapen en ik ben jouw dienaar. Zoveel als ik kan, houd ik vast aan mijn beloften aan Jou en vertrouw ik op Jouw belofte. Ik zoek toevlucht bij Jou tegen het kwaad van wat ik heb gedaan. Ik erken Uw gunsten aan mij. Ik belijd ook mijn zonden. Vergeef mijn zonden, want er is niemand anders dan Jij die zonden kan vergeven.’

nl_NLNederlands